Meertaligheid

De plaats van de thuistaal en het Nederlands op school

Kinderen leren het makkelijkst in de taal waarmee ze opstaan en gaan slapen : in hun thuistaal/moedertaal.

Dit gegeven staat echter in contrast met de realiteit van onze school.

Binnen de schoolcontext komt Nederlands als school –of instructietaal, het meest aan bod. Bij de meerderheid van onze leerlingen is de thuistaal een andere taal dan de schooltaal.

Kinderen die niet opgroeien in een rijke Nederlandstalige taalomgeving, hebben het dan ook vaak moeilijk met de schooltaal.

In de Wemelweide is Nederlands de gemeenschappelijke omgangstaal, de instructietaal en de taal die de leerkrachten hanteren in communicatie met de leerlingen en ouders.

In onze school vinden we het belangrijk dat al onze leerlingen de nodige kennis en vaardigheden ontwikkelen die nodig zijn om een succesvolle loopbaan te garanderen.

We waarderen dan ook de talige diversiteit van onze leerlingen en willen deze diversiteit inzetten bij het leren en samen leven. Zo stimuleren we de nieuwsgierigheid van leerlingen tegenover andere culturen en ook hun motivatie om nieuwe talen te leren.

Een uitdaging!

We zijn er van overtuigd dat een open houding gekoppeld aan een krachtige leeromgeving tal van mogelijkheden biedt voor alle leerlingen om zich talig te ontwikkelen.

Het is een zoeken naar een goed evenwicht tussen het benutten van de thuistaal en het bieden van kwaliteitsvol Nederlandstalig onderwijs.

Thuis– en schooltaal optimaal inzetten

THUIS

We moedigen ouders aan om zoveel mogelijk in interactie te gaan met hun kinderen in hun eigen moedertaal: door vragen te stellen, te vertellen, uitleg te geven, hun doen en handelen te verwoorden,…

Hoe beter het kind de moedertaal beheerst, hoe makkelijker het wordt om een nieuwe taal te leren. Vaardigheden en kennis in de moedertaal, maken het makkelijker om abstracte begrippen in een andere taal aan te leren.

Het spreken van de moedertaal versterkt ook de band tussen ouders, kind en hun roots.

Wij vragen ouders om hun kinderen tijdens vrijetijdsbesteding zoveel mogelijk in contact te brengen met het Nederlands door muziek, TV, bibliotheekbezoek, stages, jeugdbeweging, sportclubs,…

OP SCHOOL

Nederlands is dé instructietaal en de gemeenschappelijke omgangstaal op school. Het behalen van de eindtermen Nederlands voor alle kinderen blijft het einddoel zodat de kinderen in de toekomst (school-werk) op dit vlak geen kansen ontnomen worden.

De thuistaal krijgt naargelang de leeftijdsgroep van het kind een grote of minder grote plaats op school.

Hoe zien wij het gebruik van het Nederlands en de thuistaal in de verschillende leerjaren?

KLEUTERSCHOOL

• Het gebruik van thuistalen is zowel binnen als buiten de klas toegelaten.
• De leerkrachten nemen actief deel aan activiteiten van kleuters om zoveel mogelijk talige interactie tussen de kleuters te stimuleren.
• Oudste kleuters (en jongsten die het aankunnen) worden aangemoedigd om zoveel mogelijk Nederlands te spreken.
• De leerkracht beslist wanneer het voordeliger kan zijn om de thuistaal of het Nederlands te gebruiken en waarom. Zij kan het gebruik van de thuistaal goedkeuren en aanmoedigen op uitgekozen momenten en activiteiten, maar ook nagaan wanneer het Nederlands geschikter is.
• De leerkracht geeft aan dat dat het gebruik van de eigen taal op school niet tot uitsluiting mag leiden en dat het gebruiken van het Nederlands ervoor zorgt dat ook andere kinderen gaan deelnemen aan het spel, dat je leert door te luisteren, te spreken, te oefenen.
In gemengde groepen spreken we de gemeenschappelijke taal, dus Nederlands.

LAGERE SCHOOL

• Nederlands is zoveel mogelijk de omgangstaal. Ook hier zien we een evolutie van leerjaar tot leerjaar die hand in hand gaat met het zich vlot kunnen uiten in het Nederlands.
• Tijdens de pauze eens kunnen “uitratelen”, emoties uiten, zich luchten in de thuistaal…is geen probleem…
We motiveren de kinderen wel om Nederlands te spreken, om met elkaar te spelen en Nederlands te gebruiken als gemeenschappelijke taal in gemengde groepen.
• De leerkracht controleert en beïnvloedt actief hoe en wanneer de thuistaal gebruikt wordt.
• De leerkracht kan het gebruik van de thuistaal goedkeuren en aanmoedigen op uitgekozen momenten en activiteiten, maar ook aangeven wanneer het Nederlands geschikter is.
• Als schoolteam werken wij aan het insijpelen van een taalattitude:

je toont respect voor de ander en je stelt je open voor de ander door een gemeenschappelijke taal te spreken, zodat iedereen elkaar begrijpt, zodat niemand zich uitgesloten voelt.
door Nederlands te spreken kan je je vriendenkring verruimen aangezien alle kinderen kunnen aansluiten bij het spel/gesprek
beseffen dat je leert door te luisteren, te spreken, te oefenen.

Nederlands is de taal die we nodig hebben bij projecten, kringgesprekken, actualiteit, bij het lezen, schrijven en rekenen.

Een positieve houding ten aanzien van omgaan met talige diversiteit heeft slechts effect wanneer het gedragen wordt door het hele team, de leerlingen en de ouders

Positief omgaan met meertaligheid op school